Romeinse cijfers
Je leert Romeinse cijfers lezen en omrekenen naar gewone getallen.
Zo reken je het uit
- I is 1, V is 5, X is 10, L is 50, C is 100, D is 500 en M is 1000.
- Tel de waarden bij elkaar op.
- Staat een kleiner cijfer vóór een groter cijfer (zoals IV of IX), dan trek je het af.
D1.000
1
H100
0
T10
5
E1
4
1000 + 50 + 4=1054
Een voorbeeld, uitgewerkt
XVI
- Kijk naar de letters: X is 10, V is 5 en I is 1.
- De letters staan van groot naar klein.
- Tel de waarden bij elkaar op: 10 + 5 + 1 = 16.
- Het getal XVI is 16.
Nog meer voorbeelden
XIV
- X is 10 en IV is 5 − 1 = 4.
- Tel bij elkaar op: 10 + 4 = 14.
- Het getal is 14.
XLV
- XL is 50 − 10 = 40 en V is 5.
- Tel bij elkaar op: 40 + 5 = 45.
- Het getal is 45.
Zelf proberen
Reken het Romeinse getal om naar een gewoon getal
Welk getal is het Romeinse getal CM?
Reken het Romeinse getal om naar een gewoon getal
Welk getal is het Romeinse getal XIV?
Let op
Je vergeet af te trekken als er een kleiner cijfer vóór een groter cijfer staat, zoals IV.
Staat een kleiner cijfer voor een groter cijfer? Trek de kleine waarde dan af van de grote.
Tips
- I=1, V=5, X=10, L=50, C=100, D=500 en M=1000.
- Staat een kleiner teken voor een groter teken, dan trek je het af (zoals IV = 4 en IX = 9).
Waarom het werkt
Romeinen gebruikten letters voor getallen: I, V, X, L, C, D en M. Je telt de letters bij elkaar op, tenzij er een kleinere letter voor een grotere staat: dan trek je hem af.