Buurgetallen en ronde getallen

Je leert het getal net voor en net na een getal vinden, en de ronde tientallen en honderdtallen.

Zo reken je het uit

  1. Het buurgetal ervoor is 1 minder: trek 1 af.
  2. Het buurgetal erna is 1 meer: tel 1 op.
  3. Bij tientallen en honderdtallen kijk je naar het ronde getal ervoor en erna.

Een voorbeeld, uitgewerkt

248

  1. Kijk naar het getal 248.
  2. Trek 1 af voor het getal ervoor: 248 − 1 = 247.
  3. Tel 1 op voor het getal erna: 248 + 1 = 249.
  4. De buurgetallen zijn 247 en 249.
Nog meer voorbeelden

65

  1. Zoek het ronde tiental net onder 65: dat is 60.
  2. Zoek het ronde tiental net boven 65: dat is 70.

567

  1. Zoek het honderdtal net onder 567: dat is 500.
  2. Zoek het honderdtal net boven 567: dat is 600.

Zelf proberen

  1. Zoek het ronde tiental er net boven

    Welk tiental ligt net ná 345?

  2. Zoek het ronde tiental er net boven

    Welk tiental ligt net ná 83?

Let op

  • Je verandert bij buurgetallen per ongeluk het tiental in plaats van de eenheden.

    Trek voor het getal ervoor precies 1 af van de eenheden, en tel voor het getal erna precies 1 op.

Tips

  • Voor het vorige getal doe je − 1, voor het volgende getal doe je + 1.
  • Ronde tientallen eindigen altijd op een 0, en honderdtallen op 00.

Waarom het werkt

Getallen staan op een vaste volgorde. Als je weet welk getal ervoor en erna komt, snap je de getallenlijn beter. Dat helpt bij handig tellen en afronden.