Breuk aanvullen tot 1

Je leert welk breukdeel er nog bij moet om samen precies 1 hele te maken.

Zo reken je het uit

  1. Een hele heeft evenveel delen boven als onder de streep: 1 is 88.
  2. Kijk hoeveel delen je al hebt, en trek dat af van de noemer.
35

Een voorbeeld, uitgewerkt

38 + ? = 1

  1. Een hele is 8 achtste: 1 = 88.
  2. Je hebt al 3 achtste.
  3. Trek de teller af van de noemer: 8 − 3 = 5.
  4. Er moet nog 58 bij om 1 te maken.
Nog meer voorbeelden

25 + ? = 1

  1. Een hele is 55.
  2. Trek 2 af van 5: 5 − 2 = 3.
  3. Er moet 35 bij.

710 + ? = 1

  1. Een hele is 1010.
  2. Trek 7 af van 10: 10 − 7 = 3.
  3. Er moet 310 bij.

Let op

  • Je telt de noemers bij elkaar op in plaats van alleen de tellers.

    De noemer blijft hetzelfde: 3 achtste plus 5 achtste is 8 achtste, niet 8 zestiende.

Tips

  • Kijk naar de noemer: dat is het aantal stukken in 1 hele.
  • Trek de teller af van de noemer om te weten hoeveel stukken er ontbreken.

Waarom het werkt

Een hele taart verdeeld in 8 stukken is 88. Als je 3 stukken hebt, ontbreken er nog 5 stukken om de taart vol te maken. Je vult dus de teller aan tot de noemer.