Kommagetallen onder elkaar
Je leert kommagetallen onder elkaar optellen, aftrekken en vermenigvuldigen.
Zo reken je het uit
- Zet de getallen onder elkaar met de komma recht onder de komma.
- Vul lege plekken achter de komma op met een 0.
- Reken zoals altijd, van rechts naar links, en zet de komma recht omlaag.
- Bij keer: reken zonder komma en geef het antwoord evenveel cijfers achter de komma.
11
12,45
+3,78
16,23
Een voorbeeld, uitgewerkt
12,45 + 3,78
- Zet komma onder komma.
- Honderdsten: 5 + 8 = 13, schrijf 3 en onthoud 1.
- Tienden: 4 + 7 + 1 = 12, schrijf 2 en onthoud 1.
- Eenheden en tientallen: 12 + 3 + 1 = 16.
- Het antwoord is 16,23.
11
12.45
+3.78
16.23
Nog meer voorbeelden
8,32 − 4,57
- Zet komma onder komma.
- Honderdsten: 2 − 7 kan niet, leen 10: 12 − 7 = 5.
- Tienden: de 3 is 2 geworden, 2 − 5 kan niet, leen 10: 12 − 5 = 7.
- Eenheden: de 8 is 7 geworden, 7 − 4 = 3.
- Het antwoord is 3,75.
NaN1212
8.32
−4.57
3.75
3,45 × 6
- Reken zonder komma: 345 × 6 = 2.070.
- In 3,45 staan 2 cijfers achter de komma.
- Zet er in het antwoord ook 2: 20,70.
3.45
×6
20.700000000000003
Let op
Je zet de getallen rechts tegen elkaar in plaats van komma onder komma: bij 2,7 + 1,45 tel je de 7 bij de 5.
Vul lege plekken aan met een 0: 2,70 + 1,45. Dan staan alle cijfers goed onder elkaar.
Tips
- Vul lege plekken achter de komma op met een 0.
- Bij keer reken je zonder komma, en tel je daarna de cijfers achter de komma.
Uitzonderingen
- Bij keer hoeven de komma's niet onder elkaar te staan.
Waarom het werkt
Komma onder komma zorgt dat tienden onder tienden staan en eenheden onder eenheden. Dan reken je precies zoals met hele getallen. Bij keer maakt het niet uit waar de komma staat: je rekent zonder komma, en telt daarna hoeveel cijfers erachter moeten.