Cijferend keer één cijfer
Je leert een groot getal keer één cijfer uitrekenen onder elkaar, met onthouden.
Zo reken je het uit
- Zet het cijfer onder de eenheden van het grote getal.
- Begin rechts: doe het cijfer keer elk cijfer van het grote getal.
- Komt er 10 of meer uit, schrijf dan de eenheid op en onthoud de tientallen.
- Tel wat je onthield op bij de volgende kolom.
43
×6
258
Een voorbeeld, uitgewerkt
43 × 6
- Eenheden: 6 × 3 = 18, schrijf 8 en onthoud 1.
- Tientallen: 6 × 4 = 24, en de onthouden 1 erbij: 24 + 1 = 25.
- Het antwoord is 258.
Nog meer voorbeelden
124 × 6
- Eenheden: 6 × 4 = 24, schrijf 4 en onthoud 2.
- Tientallen: 6 × 2 = 12, en de 2 erbij: 12 + 2 = 14, schrijf 4 en onthoud 1.
- Honderdtallen: 6 × 1 = 6, en de 1 erbij: 6 + 1 = 7.
- Het antwoord is 744.
124
×6
744
27 × 8
- Eenheden: 8 × 7 = 56, schrijf 6 en onthoud 5.
- Tientallen: 8 × 2 = 16, en de onthouden 5 erbij: 16 + 5 = 21.
- Het antwoord is 216.
27
×8
216
Let op
Je telt wat je onthield erbij vóór je keer doet: bij 43 × 6 doe je 6 × 5.
Doe eerst de keersom van de kolom, en tel daarna pas op wat je onthield.
Je vergeet wat je onthield: bij 43 × 6 schrijf je 248.
Zet het onthouden getal klein boven de volgende kolom, zodat je het ziet.
Tips
- Doe eerst de keersom van de kolom, en tel daarna pas het onthouden getal erbij.
- Schat vooraf: 43 × 6 is ongeveer 40 × 6 = 240.
Uitzonderingen
- Komt er in de laatste kolom meer dan 9 uit, dan schrijf je daar het hele getal op.
Waarom het werkt
Je doet het cijfer keer elk cijfer van het grote getal, van rechts naar links. Komt er meer dan 9 uit, dan hoort een deel bij de volgende kolom. Dat deel onthoud je, en je telt het daar op.