Cijferend optellen
Je leert grote getallen optellen door ze onder elkaar te zetten en kolom voor kolom op te tellen.
Zo reken je het uit
- Zet de getallen onder elkaar: eenheden onder eenheden.
- Begin rechts en tel elke kolom op.
- Komt er 10 of meer uit, schrijf dan de eenheid op en zet 1 boven de kolom links.
- Tel die 1 mee in de volgende kolom.
11
347
+265
612
Een voorbeeld, uitgewerkt
347 + 265
- Eenheden: 7 + 5 = 12, schrijf 2 en onthoud 1.
- Tientallen: 4 + 6 + 1 = 11, schrijf 1 en onthoud 1.
- Honderdtallen: 3 + 2 + 1 = 6.
- Het antwoord is 612.
Nog meer voorbeelden
486 + 379
- Eenheden: 6 + 9 = 15, schrijf 5 en onthoud 1.
- Tientallen: 8 + 7 + 1 = 16, schrijf 6 en onthoud 1.
- Honderdtallen: 4 + 3 + 1 = 8.
- Het antwoord is 865.
11
486
+379
865
654 + 178
- Eenheden: 4 + 8 = 12, schrijf 2 en onthoud 1.
- Tientallen: 5 + 7 + 1 = 13, schrijf 3 en onthoud 1.
- Honderdtallen: 6 + 1 + 1 = 8.
- Het antwoord is 832.
11
654
+178
832
Let op
Je vergeet de onthouden 1: bij 347 + 265 schrijf je 502.
Zet de 1 meteen klein boven de volgende kolom, en tel hem daar mee.
Je zet de getallen links tegen elkaar in plaats van rechts.
Eenheden moeten recht onder eenheden. Zet de getallen dus rechts tegen elkaar.
Tips
- Zet het onthouden getal klein boven de volgende kolom.
- Schat vooraf: 347 + 265 is ongeveer 350 + 250, dus ongeveer 600.
Uitzonderingen
- Heeft een getal minder cijfers, zoals 47 + 265, dan zet je het toch rechts en laat de lege plekken leeg.
Waarom het werkt
Als eenheden onder eenheden staan en tientallen onder tientallen, tel je steeds maar twee kleine getallen op. Je begint rechts, omdat een kolom met 10 of meer een 1 doorgeeft aan de kolom links. Zo mis je niets.