Zinsdelen
Oefen deze leerlijn
- 1Onderwerp en gezegdeWie of wat doet het? De eerste vraag die je aan elke zin stelt.Uitleg: Wie of wat, plus de persoonsvorm?Vanaf groep 6 · 8
- 2Alleen het onderwerpWie of wat doet het? Het onderwerp in de zin aanwijzen.Uitleg: Wie of wat, plus de persoonsvorm?Vanaf groep 6 · 8
- 3Lijdend en meewerkend voorwerpWat gebeurt er, en aan wie? De twee voorwerpen in een zin.
- Het lijdend voorwerp
- Het meewerkend voorwerp
Uitleg: Wie of wat, plus persoonsvorm, plus onderwerp? · Aan wie, of voor wie?Vanaf groep 7 · 16 - 4Het lijdend voorwerpWie of wat + gezegde + onderwerp? Het lijdend voorwerp vinden.Uitleg: Wie of wat, plus persoonsvorm, plus onderwerp?Vanaf groep 7 · 8
- 5Het meewerkend voorwerpAan wie of voor wie? Het meewerkend voorwerp vinden.Uitleg: Aan wie, of voor wie?Vanaf groep 7 · 8
- 6Bepalingen van tijd en plaatsWanneer gebeurt het, en waar?
- De bepaling van tijd
- De bepaling van plaats
Uitleg: Wanneer en waar? De bepalingenVanaf groep 7 · 16 - 7Bepaling van tijdWanneer gebeurt het? De bijwoordelijke bepaling van tijd.Uitleg: Wanneer en waar? De bepalingenVanaf groep 7 · 8
- 8Bepaling van plaatsWaar gebeurt het? De bijwoordelijke bepaling van plaats.Uitleg: Wanneer en waar? De bepalingenVanaf groep 7 · 8
- 9Het naamwoordelijk gezegdeKoppelwerkwoorden en het deel dat een toestand of eigenschap noemt.Uitleg: Koppelwerkwoord met een toestandVanaf groep 7 · 10
- 10Alle zinsdelen door elkaarPersoonsvorm, onderwerp, gezegde, lijdend en meewerkend voorwerp en bepalingen.
- De persoonsvorm
- Alle werkwoorden samen
- Het onderwerp
- Het lijdend voorwerp
- Het meewerkend voorwerp
- De bepaling van tijd
- De bepaling van plaats
- Naamwoordelijk gezegde
Uitleg: Drie proeven, en je hebt er maar één nodig · De persoonsvorm plus de rest · Wie of wat, plus de persoonsvorm? · Wie of wat, plus persoonsvorm, plus onderwerp? · Aan wie, of voor wie? · Wanneer en waar? De bepalingen · Koppelwerkwoord met een toestandVanaf groep 8 · 66 - 11De hele zin ontledenOnder elk zinsdeel zijn naam: pv, ow, lv, mv en de bepalingen.Uitleg: Eerst de persoonsvorm, dan de restVanaf groep 8 · 16
- 12De lijdende vormHet onderwerp ondergaat de handeling in plaats van zelf te handelen.Uitleg: Ondergaat het onderwerp de handeling?Vanaf groep 7 · 8