Grote tafels

Je leert de grote tafels van 11, 12, 20, 25 en 50 uit een tafel die je al kent.

Zo reken je het uit

  1. Keer 11 of 12: doe keer 10 en tel de rest erbij.
  2. Keer 20: doe keer 2 en zet er een 0 achter.
  3. Keer 50: doe keer 100 en neem de helft.
  4. Keer 25: doe keer 100 en neem twee keer de helft.
7 × 117 × 10=707 × 1=770 + 7 = 77

Een voorbeeld, uitgewerkt

11 × 7

  1. Keer 11 is keer 10 en één keer erbij.
  2. Doe 10 × 7 = 70.
  3. Tel er nog één keer 7 bij: 70 + 7 = 77.
  4. Dus 11 × 7 = 77.
Nog meer voorbeelden

20 × 7

  1. Doe 2 × 7 = 14.
  2. Zet er een 0 achter: 140.
2 × 7 = 142 × 70 = 140

25 × 8

  1. Doe 100 × 8 = 800.
  2. Neem de helft: 800 : 2 = 400.
  3. Neem nog eens de helft: 400 : 2 = 200.
8 × 258 × 20=1608 × 5=40160 + 40 = 200

12 × 6

  1. Doe 10 × 6 = 60.
  2. Doe 2 × 6 = 12.
  3. Tel op: 60 + 12 = 72.
6 × 126 × 10=606 × 2=1260 + 12 = 72

Zelf proberen

  1. 12 × 8 =

  2. 12 × 6 =

Let op

  • Bij keer 20 vergeet je de 0: 20 × 7 wordt dan 14.

    Keer 20 is tien keer zoveel als keer 2, dus er komt altijd een 0 achter.

Tips

  • Keer 12 is keer 10 en keer 2 erbij.
  • Keer 25 kun je met geld bedenken: vier kwartjes zijn 100.

Waarom het werkt

Elke grote tafel lijkt op een kleine. Keer 11 is keer 10 en er één keer bij, keer 20 is keer 2 met een 0 erachter. Keer 50 is de helft van keer 100, en keer 25 is daar nog eens de helft van.