Deeltafel van 2

Je leert de deeltafels door de keertafel terug te draaien.

Zo reken je het uit

  1. Kijk door welk getal je deelt.
  2. Zoek in de tafel van dat getal de som die op het grote getal uitkomt.
  3. Het getal waarmee je keer deed, is het antwoord.
2 × 6

Een voorbeeld, uitgewerkt

56 : 7

  1. Je deelt door 7.
  2. Zoek in de tafel van 7 wat op 56 uitkomt: 8 × 7 = 56.
  3. Dus 56 : 7 = 8.
8 × 7
Nog meer voorbeelden

24 : 4

  1. Je deelt door 4.
  2. Zoek in de tafel van 4 wat op 24 uitkomt: 6 × 4 = 24.
  3. Dus 24 : 4 = 6.
6 × 4

45 : 9

  1. Je deelt door 9.
  2. Zoek in de tafel van 9 wat op 45 uitkomt: 5 × 9 = 45.
  3. Dus 45 : 9 = 5.
5 × 9

Zelf proberen

  1. 4 : 2 =

  2. 18 : 2 =

Let op

  • Je pakt een som uit de tafel ernaast: bij 56 : 7 zeg je 7, want 7 × 7 = 49.

    Reken altijd na met keer: 7 × 7 = 49, en dat is geen 56. Neem er één bij: 8 × 7 = 56.

Tips

  • Controleer met keer: 8 × 7 = 56, dus 56 : 7 = 8.
  • Ken je de tafel van 7 nog niet uit je hoofd? Bouw hem dan op uit een tafel die je kent.

Uitzonderingen

  • Delen door 0 kan niet: je kunt niets verdelen over nul groepjes.

Waarom het werkt

Delen is de vraag: hoe vaak past het ene getal in het andere? Dat is dezelfde vraag als een keersom met een gat: bij 56 : 7 zoek je welk getal keer 7 samen 56 is. De keertafels ken je al, dus zoek je het antwoord gewoon in de tafel.