De andere tafels: bouw op wat je kent
Je leert de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 door te beginnen bij een tafel die je al kent.
Zo reken je het uit
- Zoek de ankertafel die het dichtst bij ligt: keer 2, keer 5 of keer 10.
- Reken die eerst uit.
- Kijk hoeveel groepjes je te weinig of te veel hebt.
- Tel die groepjes erbij of haal ze eraf.
6 × 8
Een voorbeeld, uitgewerkt
7 × 8
- Zeven groepjes zijn vijf groepjes en twee groepjes.
- Doe eerst 5 × 8 = 40.
- Doe dan 2 × 8 = 16.
- Tel ze op: 40 + 16 = 56.
- Dus 7 × 8 = 56.
Nog meer voorbeelden
6 × 7
- Doe 5 × 7 = 35.
- Er komt één groepje van 7 bij: 35 + 7 = 42.
9 × 6
- Doe 10 × 6 = 60.
- Er is één groepje van 6 te veel: 60 − 6 = 54.
4 × 8
- Verdubbel 8: dat is 16.
- Verdubbel nog een keer: 32.
Zelf proberen
6 × 10 =
6 × 5 =
Let op
Je telt het tafelgetal erbij in plaats van het andere getal: bij 6 × 8 doe je 40 + 6 = 46.
Er komt één groepje van 8 bij, dus tel de 8 erbij: 48.
Bij keer 9 haal je 1 af in plaats van een groepje: 10 × 6 = 60, en dan 59.
Je hebt één groepje van 6 te veel, dus haal 6 eraf: 54.
Tips
- Keer 8 kan ook als drie keer verdubbelen: 8, 16, 32, 64 is 8 × 8.
- Bij de tafel van 9 tellen de twee cijfers van de uitkomst samen op tot 9: 54 is 5 + 4.
- Kies het anker dat het dichtst bij ligt: keer 9 vanaf keer 10, keer 6 vanaf keer 5.
Waarom het werkt
Zes groepjes zijn vijf groepjes en nog één. Negen groepjes zijn tien groepjes min één. Je hoeft dus geen nieuwe tafel te leren, alleen een getal te vinden dat je al weet en een klein stukje bij te rekenen. Na een tijdje weet je de uitkomst direct en heb je de tussenstap niet meer nodig.