Keer een groter getal

Je leert een tafel keer een groter getal, door dat getal in tientallen en eenheden te hakken.

Zo reken je het uit

  1. Splits het getal met twee cijfers in tientallen en eenheden: 67 is 60 en 7.
  2. Doe de tientallen keer het kleine getal.
  3. Doe de eenheden keer het kleine getal.
  4. Tel de twee uitkomsten op.
3 × 673 × 60=1803 × 7=21180 + 21 = 201

Een voorbeeld, uitgewerkt

3 × 67

  1. Splits 67 in 60 en 7.
  2. Doe 3 × 60 = 180.
  3. Doe 3 × 7 = 21.
  4. Tel op: 180 + 21 = 201.
Nog meer voorbeelden

28 × 4

  1. Splits 28 in 20 en 8.
  2. Doe 4 × 20 = 80.
  3. Doe 4 × 8 = 32.
  4. Tel op: 80 + 32 = 112.
4 × 284 × 20=804 × 8=3280 + 32 = 112

6 × 23

  1. Splits 23 in 20 en 3.
  2. Doe 6 × 20 = 120.
  3. Doe 6 × 3 = 18.
  4. Tel op: 120 + 18 = 138.
6 × 236 × 20=1206 × 3=18120 + 18 = 138

4 × 38

  1. Splits 38 in 30 en 8.
  2. Doe 4 × 30 = 120.
  3. Doe 4 × 8 = 32.
  4. Tel op: 120 + 32 = 152.
4 × 384 × 30=1204 × 8=32120 + 32 = 152

Zelf proberen

  1. 4 × 28 =

  2. 4 × 52 =

Let op

  • Je doet maar één stuk keer: bij 3 × 67 doe je 3 × 60 en tel je er 7 bij, en zeg je 187.

    Het kleine getal gaat keer allebei de stukken: 3 × 60 én 3 × 7.

Tips

  • Het kleine getal gaat keer allebei de stukken.
  • Het splitsdakje helpt: teken twee takken en reken onder elke tak.

Waarom het werkt

3 × 67 staat in geen enkele tafel. Maar 3 × 60 en 3 × 7 ken je wel. Omdat 67 precies 60 en 7 is, tel je die twee antwoorden gewoon op. Het splitsdakje laat dat zien.