Halveren en verdubbelen
Je leert een keersom makkelijker maken: het ene getal halveren en het andere verdubbelen.
Zo reken je het uit
- Halveer het even getal en verdubbel het andere getal.
- De uitkomst blijft gelijk, maar rekent veel makkelijker!
14 × 15 = 6022 × 30 = 60
Een voorbeeld, uitgewerkt
4 × 35
- Halveer het even getal: 4 wordt 2.
- Verdubbel het andere getal: 35 wordt 70.
- Reken de nieuwe som uit: 2 × 70 = 140.
- Het antwoord is 140.
Nog meer voorbeelden
6 × 15
- Halveer 6: dat wordt 3.
- Verdubbel 15: dat wordt 30.
- Reken de nieuwe som uit: 3 × 30 = 90.
- Het antwoord is 90.
16 × 25
- Halveer 16 en verdubbel 25: dat wordt 8 × 50.
- Doe het nog een keer: 4 × 100.
- Reken uit: 4 × 100 = 400.
- Het antwoord is 400.
Zelf proberen
6 × 45 =
8 × 35 =
Let op
Je halveert allebei de getallen, en dan klopt de uitkomst niet meer: 4 × 35 wordt 2 × 17,5.
Eén getal gaat omlaag en het andere gaat evenveel omhoog. Halveer er één, verdubbel de ander.
Je halveert een oneven getal, zoals 35, en komt op een kommagetal uit.
Halveer altijd het even getal. Is er geen even getal, kies dan een andere aanpak.
Tips
- Het werkt het best als je 25, 35 of 50 verdubbelt: dan krijg je 50, 70 of 100.
Waarom het werkt
Halveer je het ene getal en verdubbel je het andere, dan blijft de uitkomst gelijk. Vier keer 35 is net zoveel als twee keer 70. De nieuwe som is vaak veel makkelijker, vooral als er een rond getal ontstaat.