De ankertafels: 1, 2, 5 en 10

Je leert de vier tafels waar alle andere op rusten (1, 2, 5 en 10), elk met een eigen trucje.

Zo reken je het uit

  1. Kijk met welk getal je keer doet.
  2. Keer 1: het getal blijft hetzelfde.
  3. Keer 2: neem het getal dubbel.
  4. Keer 10: zet een 0 achter het getal.
  5. Keer 5: doe eerst keer 10 en neem dan de helft.
2 × 8

Een voorbeeld, uitgewerkt

5 × 8

  1. Het is keer 5, dus begin bij keer 10.
  2. Zet een 0 achter de 8: 10 × 8 = 80.
  3. Vijf groepjes zijn de helft van tien groepjes.
  4. Neem de helft van 80: dat is 40.
  5. Dus 5 × 8 = 40.
Nog meer voorbeelden

2 × 7

Neem 7 dubbel: 7 + 7 = 14.

10 × 6

  1. Zet een 0 achter de 6.
  2. Dus 10 × 6 = 60.

1 × 9

Eén groepje van 9 is gewoon 9.

Zelf proberen

  1. 2 × 1 =

  2. 2 × 9 =

Let op

  • Je telt er iets bij in plaats van keer: bij 2 × 8 zeg je 10.

    Keer 2 is het getal nog een keer erbij: 8 + 8 = 16.

  • Je vergeet bij keer 5 de helft te nemen en zegt bij 5 × 8 dat het 80 is.

    Keer 10 is alleen de eerste stap. Neem daarna nog de helft.

Tips

  • Omdraaien mag: 8 × 5 is hetzelfde als 5 × 8. Kies de kant die je het makkelijkst vindt.
  • De uitkomsten van keer 5 eindigen altijd op 0 of 5, die van keer 10 altijd op 0.

Uitzonderingen

  • Keer 0 is altijd 0: nul groepjes van iets is niets.

Waarom het werkt

Keer betekent: zoveel groepjes van. Eén groepje verandert niets, twee groepjes is dubbel, tien groepjes schuift elk cijfer een plek op, en vijf groepjes is de helft van tien. Wie deze vier zeker weet, kan elke andere tafel ervan maken.