Breuken vereenvoudigen

Je leert een breuk zo eenvoudig mogelijk schrijven, zonder dat hij kleiner of groter wordt.

Zo reken je het uit

  1. Zoek een getal waar boven en onder allebei door te delen zijn.
  2. Deel het getal boven de streep erdoor.
  3. Deel het getal onder de streep door hetzelfde getal.
  4. Kan het daarna nog een keer, doe het dan opnieuw.
24

Een voorbeeld, uitgewerkt

24 = ?

  1. Zoek een getal waar 2 en 4 allebei door te delen zijn: 2.
  2. Deel boven: 2 : 2 = 1.
  3. Deel onder: 4 : 2 = 2.
  4. Het is 12.
Nog meer voorbeelden

69 = ?

  1. Zoek een getal waar 6 en 9 allebei door te delen zijn: 3.
  2. Deel boven: 6 : 3 = 2.
  3. Deel onder: 9 : 3 = 3.
  4. Het is 23.
69

812 = ?

  1. Deel boven en onder door 2: 812 wordt 46.
  2. Het kan nog een keer: deel weer door 2, dan wordt 46 nog 23.
  3. Het is 23.
812

Let op

  • Je deelt alleen het getal boven de streep: 68 wordt 38.

    Wat je boven doet, doe je onder ook. Anders verandert de breuk.

  • Je stopt te vroeg: 812 wordt 46.

    Kijk of boven en onder nog een keer door hetzelfde getal kunnen. Bij 46 kan dat nog: door 2.

Tips

  • Zoek een getal dat in allebei de tafels zit: bij 6 en 9 is dat 3.

Uitzonderingen

  • Kun je boven en onder alleen door 1 delen, zoals bij 35, dan is de breuk al zo klein mogelijk.

Waarom het werkt

Als je boven en onder door hetzelfde getal deelt, maak je de stukken groter en heb je er minder van. Het gekleurde deel van de strook blijft precies even groot. Alleen de naam wordt korter: 24 en 12 zijn hetzelfde stuk.