Breukenstroken vergelijken
Je leert breuken vergelijken met stroken: meer stukken betekent kleinere stukken.
Zo reken je het uit
- Vergelijk de twee stroken.
- Bij meer stukken is elk stukje kleiner.
- 13 is dus groter dan 14.
1/3
1/3
1/3
1/3
1/4
1/4
1/4
1/4
1/4
Een voorbeeld, uitgewerkt
13 of 14: welke is groter?
- Kijk naar de twee stroken: 13 en 14.
- Tel de stukken: 3 stukken en 4 stukken.
- Meer stukken betekent kleinere stukken.
- Dus 13 is groter dan 14.
Nog meer voorbeelden
12 of 24: welke is groter?
- Leg de twee stroken onder elkaar.
- Kijk hoe ver ze gekleurd zijn.
- Ze zijn precies even ver gekleurd.
- Dus 12 en 24 zijn evenveel.
1/2
1/2
1/2
2/4
1/4
1/4
1/4
1/4
34 of 23: welke is groter?
- Verdeel beide stroken in 12 stukjes.
- Dan is 34 gelijk aan 912 en 23 gelijk aan 812.
- Negen stukjes is meer dan acht stukjes.
- Dus 34 is groter dan 23.
3/4
1/4
1/4
1/4
1/4
2/3
1/3
1/3
1/3
Let op
Je denkt dat 14 groter is dan 13, omdat 4 groter is dan 3.
Bij meer stukken is elk stuk kleiner. Kijk naar de stroken: welke is verder gekleurd?
Je vergelijkt alleen de getallen boven de streep, en zegt dat 23 en 25 even groot zijn.
Kijk ook naar het getal onder de streep. Het zijn verschillende stukken, dus vergelijk de stroken.
Tips
- Zijn de stroken even lang verdeeld? Dan wint de strook met het meeste gekleurd.
Waarom het werkt
Een strook die in meer stukken is verdeeld, heeft kleinere stukken. Eén derde is dus groter dan één vierde. Leg twee stroken onder elkaar en je ziet welke breuk groter is, zonder te rekenen.