Breuken met ongelijke noemers

Je leert breuken optellen en aftrekken die verschillende getallen onder de streep hebben.

Zo reken je het uit

  1. Kijk onder de streep: zijn de getallen verschillend, dan zijn de stukken niet even groot.
  2. Doe elke breuk boven en onder keer het getal onder de andere breuk.
  3. Tel nu de getallen boven de streep op, of haal ze eraf.
  4. Maak de breuk eenvoudiger als dat kan.
56

Een voorbeeld, uitgewerkt

12 + 13

  1. Doe 12 boven en onder keer 3: 36.
  2. Doe 13 boven en onder keer 2: 26.
  3. Tel boven op: 3 + 2 = 5.
  4. Het is 56.
Nog meer voorbeelden

12 + 14

  1. Doe 12 boven en onder keer 4: 48.
  2. Doe 14 boven en onder keer 2: 28.
  3. Tel boven op: 4 + 2 = 6, dus 68.
  4. Maak hem eenvoudiger: het is 34.

34 − 13

  1. Doe 34 boven en onder keer 3: 912.
  2. Doe 13 boven en onder keer 4: 412.
  3. Haal boven eraf: 9 − 4 = 5.
  4. Het is 512.

Let op

  • Je telt boven en onder gewoon op: 12 + 13 wordt 25.

    25 is minder dan 12, dus dat kan niet. Maak eerst de stukken even groot.

  • Je maakt alleen het getal onder de streep groter: 12 wordt 16.

    Wat je onder doet, doe je boven ook. 12 wordt 36.

Tips

  • Zoek een getal waar allebei de noemers in passen, zoals 12 voor 3 en 4.

Waarom het werkt

Een half en een derde zijn verschillende stukken, en die kun je niet zomaar bij elkaar tellen. Als je ze allebei in zesden verdeelt, zijn de stukken even groot. Dan tel je de stukken gewoon op.