Oppervlakte van een rechthoek

Je leert de oppervlakte van een rechthoek uitrekenen: hoeveel vierkantjes erop passen.

Zo reken je het uit

  1. Denk het vlak vol met vierkantjes van 1 bij 1.
  2. Op één rij passen er zoveel als de lengte, en er zijn zoveel rijen als de breedte.
  3. Doe dus lengte keer breedte.
  4. Schrijf er een vierkante maat achter: m² of cm².
8 m4 m

Een voorbeeld, uitgewerkt

Een rechthoek van 5 bij 3 m

  1. Op één rij passen 5 vierkantjes, en er zijn 3 rijen.
  2. Doe lengte keer breedte: 5 × 3 = 15.
  3. De oppervlakte is 15 m².
5 m3 m
Nog meer voorbeelden

Een rechthoek van 12 bij 7 m

  1. Doe lengte keer breedte: 12 × 7 = 84.
  2. De oppervlakte is 84 m².
12 m7 m

Een vierkant van 6 bij 6 m

  1. Lengte en breedte zijn allebei 6.
  2. Doe de zijde keer zichzelf: 6 × 6 = 36.
  3. De oppervlakte is 36 m².
6 m6 m

Let op

  • Je telt de zijden op: 5 + 3 + 5 + 3 = 16.

    Dat is de omtrek, de rand eromheen. Voor de oppervlakte doe je lengte keer breedte.

  • Je schrijft m in plaats van m².

    Je telt vierkantjes, dus het antwoord is een vierkante maat: m² of cm².

Tips

  • Bij een vierkant doe je de zijde keer zichzelf.

Waarom het werkt

Oppervlakte is hoeveel plek iets inneemt. Je meet dat met vierkantjes van 1 bij 1. Omdat er rijen van even lange stukken liggen, is tellen hetzelfde als lengte keer breedte.