Oppervlakte van een cirkel

Je leert de oppervlakte van een cirkel uitrekenen met de straal en π.

Zo reken je het uit

  1. Doe de straal keer zichzelf: straal keer straal.
  2. Doe de uitkomst keer π, en π is ongeveer 3,14.
  3. Let op: bij de omtrek doe je keer 2, hier keer de straal zelf.
5 cm

Een voorbeeld, uitgewerkt

Een cirkel met straal 2 cm

  1. Doe de straal keer zichzelf: 2 × 2 = 4.
  2. Doe keer π: 4 × 3,14 = 12,56.
  3. De oppervlakte is 12,56 cm².
2 cm
Nog meer voorbeelden

Een cirkel met straal 5 cm

  1. Doe de straal keer zichzelf: 5 × 5 = 25.
  2. Doe keer π: 25 × 3,14 = 78,5.
  3. De oppervlakte is 78,5 cm².

Een cirkel met straal 10 cm

  1. Doe de straal keer zichzelf: 10 × 10 = 100.
  2. Doe keer π: 100 × 3,14 = 314.
  3. De oppervlakte is 314 cm².
10 cm

Let op

  • Je doet de straal keer 2 in plaats van keer zichzelf: bij straal 5 reken je 10 × 3,14.

    Dat is de omtrek. Voor de oppervlakte doe je 5 × 5.

  • Je vergeet de ² bij je antwoord.

    Een oppervlakte is altijd een vierkante maat: cm² of m².

Tips

  • Straal keer straal is iets anders dan straal keer 2.

Waarom het werkt

Om een cirkel past een vierkant van vier vierkantjes, elk van straal bij straal. De cirkel is iets kleiner dan die vier: hij is ongeveer 3,14 van die vierkantjes. Daarom doe je straal keer straal, en dat keer π.