Hoeken benoemen

Je leert een hoek benoemen: scherp, recht, stomp of gestrekt.

Zo reken je het uit

  1. Leg in gedachten de hoek van een blad papier in de hoek.
  2. Kleiner dan het papier: scherp, past hij precies: recht.
  3. Groter: stomp.
  4. Een rechte lijn: gestrekt.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Een smalle hoek.

  1. Kijk naar het punt waar de twee lijnen samenkomen.
  2. Leg de hoek van een blad erin: de hoek is kleiner dan het blad.
  3. Hij is scherp.
Nog meer voorbeelden

Een hoek met een vierkantje erin.

Het vierkantje zegt: dit is precies een rechte hoek.

Een wijde hoek.

  1. Het blad past erin en er is nog ruimte over.
  2. De hoek is groter dan recht: stomp.

Zelf proberen

  1. Wat voor is dit?

Oefen dit

Let op

  • Je kijkt naar hoe lang de benen zijn.

    Hoe lang de lijnen zijn, maakt niet uit. Alleen hoe ver ze uit elkaar staan.

Tips

  • Een gestrekte hoek is twee rechte hoeken naast elkaar: een rechte lijn.

Uitzonderingen

  • Een gedraaide hoek blijft dezelfde hoek: draai het blad mee.

Waarom het werkt

Een rechte hoek is de maat: die zie je in de hoek van een blad, een deur of een raam. Elke andere hoek is kleiner of groter dan die.