Omtrek van een rechthoek
Je leert de omtrek van een rechthoek uitrekenen: hoe lang de rand eromheen is.
Zo reken je het uit
- Zoek de lengte en de breedte.
- Tel alle vier de zijden bij elkaar op: lengte, breedte, lengte, breedte.
- Of doe lengte + breedte, en dat keer 2.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Een rechthoek van 8 bij 4 m
- Zoek de zijden: 8 m lang en 4 m breed.
- Tel de vier zijden op: 8 + 4 + 8 + 4 = 24.
- De omtrek is 24 m.
Nog meer voorbeelden
Een rechthoek van 12 bij 7 m
- Doe lengte + breedte: 12 + 7 = 19.
- Doe dat keer 2: 2 × 19 = 38.
- De omtrek is 38 m.
Een vierkant van 6 bij 6 m
- Alle vier de zijden zijn 6 m.
- Tel ze op: 6 + 6 + 6 + 6 = 24.
- De omtrek is 24 m.
Let op
Je telt maar twee zijden op: 8 + 4 = 12 m.
Loop in gedachten helemaal rond. Een rechthoek heeft vier zijden, dus je telt vier getallen op.
Je doet lengte keer breedte: 8 × 4 = 32.
Dat is de oppervlakte, niet de omtrek. De omtrek is een lengte langs de rand: tel op.
Tips
- Bij een vierkant doe je de zijde keer 4.
Waarom het werkt
De omtrek is de afstand als je één keer om de figuur heen loopt. Een rechthoek heeft vier zijden, en de overkant is steeds even lang. Daarom mag je ook lengte plus breedte doen, en dat keer 2.