Breuken
Oefen deze leerlijn
- 1Breuken herkennenWelk deel is gekleurd? Je schrijft de breuk zelf op.Uitleg: Breuken: de noemer zegt in hoeveel stukkenVanaf groep 5 · 20
- 2Breuken op de getallenlijnEen breuk aflezen, en van een deel terug naar het geheel.
- Breuken op de getallenlijn
- Van een deel naar het geheel
Uitleg: Breuken: de noemer zegt in hoeveel stukken · Terug naar het heleVanaf groep 6 · 20 - 3Breukenstroken vergelijkenBreuken visueel vergelijken en zien welk deel groter is.
- Breukenstroken vergelijken
Uitleg: Hoe meer stukken, hoe kleiner elk stukVanaf groep 6 · 7 - 4Deel van een geheelDe helft, een kwart, een tiende — van een getal.
- Breuken benoemen
- Deel van een geheel
Uitleg: Breuken: de noemer zegt in hoeveel stukkenVanaf groep 6 · 32 - 5Breuken vereenvoudigen, optellen en aftrekken2/4 is 1/2, 7/4 is 1¾, en 1/4 + 2/4 is 3/4.
- Breuken vereenvoudigen
- Helen eruit halen
- Breuken optellen
- Breuken aftrekken
Uitleg: Deel boven en onder door hetzelfde · Hoeveel hele stukken passen erin? · Breuken met dezelfde noemer: plus en minVanaf groep 6 · 64 - 6Breuken keer, gedeeld en gelijknamigOngelijke noemers gelijk maken, en breuken keer en gedeeld door elkaar.
- Breuken met ongelijke noemers
- Breuken vermenigvuldigen
- Delen door een breuk
Uitleg: Maak de stukken eerst even groot · Teller keer teller, noemer keer noemer · Draai de tweede breuk om en doe keerVanaf groep 8 · 20