Getallen in woorden schrijven
Je leert een getal in woorden te schrijven, in de volgorde waarin je het zegt.
Zo reken je het uit
- Schrijf eerst de honderden: driehonderd.
- Schrijf dan de eenheid, het woordje en, en het tiental: achtenveertig.
- Plak alles aan elkaar, zonder spaties.
D1.000
—
H100
4
T10
7
E1
2
400 + 70 + 2=472
Een voorbeeld, uitgewerkt
48
- Zeg het getal hardop: acht en veertig.
- Schrijf de eenheid, dan en, dan het tiental.
- Plak alles aan elkaar: achtenveertig.
D1.000
—
H100
0
T10
4
E1
8
40 + 8=048
Nog meer voorbeelden
348
- Schrijf eerst de honderden: driehonderd.
- Schrijf dan achtenveertig.
- Plak ze aan elkaar: driehonderdachtenveertig.
D1.000
—
H100
3
T10
4
E1
8
300 + 40 + 8=348
72
- Schrijf de eenheid: twee.
- Na twee of drie wordt en een ën: tweeën.
- Plak het tiental erachter: tweeënzeventig.
D1.000
—
H100
0
T10
7
E1
2
70 + 2=072
Zelf proberen
Schrijf dit getal in woorden
904
Schrijf dit getal in woorden
21
Let op
Je schrijft het tiental eerst, zoals bij cijfers: 48 wordt veertigacht.
Zeg het getal hardop. Wat je het eerst hoort, schrijf je het eerst.
Je vergeet de puntjes op de e: tweeentwintig.
Na twee en drie komt ën met een trema: tweeëntwintig, drieëndertig.
Tips
- Eindigt het getal op 0, dan zeg je alleen het tiental: veertig, niet nul en veertig.
Uitzonderingen
- Van 11 tot en met 19 zeg je geen eenheid eerst: elf, twaalf, dertien, veertien.
Waarom het werkt
Bij getallen onder de honderd zeg je de eenheid vóór het tiental: achtenveertig is acht en veertig. Daarom schrijf je het ook zo. De honderden komen wel eerst, en alles schrijf je aan elkaar vast.