Op de getallenlijn zetten

Je leert een getal op de goede plek op de getallenlijn te zetten.

Zo reken je het uit

  1. Zoek het grote streepje net vóór je getal.
  2. Kijk hoeveel één klein streepje is.
  3. Tel de kleine streepjes verder tot je bij je getal bent.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Zet 38 op de lijn

  1. Zoek het grote streepje vóór 38: dat is 30.
  2. Eén klein streepje is 1.
  3. Ga 8 streepjes verder: 30 + 8 = 38.
Nog meer voorbeelden

Zet 45 op de lijn

  1. Zoek het grote streepje vóór 45: dat is 40.
  2. Eén klein streepje is 5.
  3. Ga 1 streepje verder: 40 + 5 = 45.

Zet 370 op de lijn

  1. Zoek het grote streepje vóór 370: dat is 300.
  2. Eén klein streepje is 10.
  3. Ga 7 streepjes verder: 300 + 70 = 370.

Let op

  • Je zet 38 bij het achtste streepje van de hele lijn, in plaats van na de 30.

    Begin bij het grote getal vlak ervoor. Pas daar ga je de kleine streepjes tellen.

Tips

  • Zeg hardop wat één klein streepje is, voordat je gaat tellen.
  • Ligt het getal dicht bij het volgende grote streepje, tel dan terug vanaf dat streepje.

Waarom het werkt

Een getal als 38 ligt tussen 30 en 40, en dat zijn grote streepjes. Vanaf 30 tel je de kleine streepjes verder. Zo hoef je nooit vanaf 0 te tellen, en zet je elk getal precies goed.