Afronden op tien, honderd, duizend

Je leert een getal afronden op tientallen, honderdtallen of duizendtallen.

Zo reken je het uit

  1. Zoek het cijfer op de plek waarop je afrondt.
  2. Kijk naar het cijfer rechts daarvan.
  3. Is dat 5 of meer, rond dan naar boven af.
  4. Is het 4 of minder, rond dan naar beneden af.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Rond 347 af op tientallen

  1. 347 ligt tussen 340 en 350.
  2. Kijk naar het cijfer rechts van de tientallen: de 7.
  3. Dat is 5 of meer, dus rond naar boven af: 350.
Nog meer voorbeelden

Rond 2.449 af op honderdtallen

  1. 2.449 ligt tussen 2.400 en 2.500.
  2. Kijk naar het cijfer rechts van de honderdtallen: de 4.
  3. Dat is 4 of minder, dus rond naar beneden af: 2.400.

Rond 6.531 af op duizendtallen

  1. 6.531 ligt tussen 6.000 en 7.000.
  2. Kijk naar het cijfer rechts van de duizendtallen: de 5.
  3. Dat is 5 of meer, dus rond naar boven af: 7.000.

Zelf proberen

  1. 4.550 af op honderdtallen

  2. 68 af op tientallen

Let op

  • Je kijkt naar het laatste cijfer in plaats van het cijfer rechts van de plek: bij 2.449 op honderdtallen kijk je naar de 9.

    Zoek eerst de plek waarop je afrondt, en kijk dan naar het cijfer direct rechts daarvan.

Tips

  • Rond je af op tientallen, dan kijk je naar de eenheden; op honderdtallen kijk je naar de tientallen.
  • Staat er precies een 5, zoals bij 345, dan rond je naar boven af: 350.

Uitzonderingen

  • Rond je 1.996 af op tientallen, dan gaat de 9 omhoog en verandert het hele getal: 2.000.

Waarom het werkt

Afronden betekent: welk rond getal ligt het dichtst bij? Het cijfer rechts van de plek waarop je afrondt, vertelt dat. Is het 5 of meer, dan zit je dichter bij het ronde getal erboven.