Afronden op decimalen

Je leert een kommagetal afronden op hele getallen of op een aantal cijfers achter de komma.

Zo reken je het uit

  1. Tel hoeveel cijfers achter de komma je mag houden.
  2. Kijk naar het cijfer dat daarna komt.
  3. Is dat 5 of meer, dan wordt je laatste cijfer één hoger.
  4. Is het minder, dan blijft het staan.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Rond 3,14 af op 1 decimaal

  1. Je houdt 1 cijfer achter de komma.
  2. Kijk naar het cijfer daarna: de 4.
  3. Dat is minder dan 5, dus rond naar beneden af: 3,1.
Nog meer voorbeelden

Rond 16,5 af op hele getallen

  1. Je houdt geen cijfers achter de komma.
  2. Kijk naar het eerste cijfer na de komma: de 5.
  3. Dat is 5 of meer, dus rond naar boven af: 17.

Rond 4,568 af op 2 decimalen

  1. Je houdt 2 cijfers achter de komma.
  2. Kijk naar het cijfer daarna: de 8.
  3. Dat is 5 of meer, dus rond naar boven af: 4,57.

Zelf proberen

  1. 1,235 af op 2 decimalen

  2. 9,96 af op 1 decimaal

Let op

  • Je knipt de cijfers er gewoon af, ook als het volgende cijfer 5 of meer is: 16,5 wordt dan 16.

    Kijk altijd naar het eerste cijfer dat wegvalt. Bij 5 of meer gaat het laatste cijfer omhoog.

  • Bij 9,96 op 1 decimaal schrijf je 9,10.

    Eén tiende erbij bij 9,9 is 10,0, en dat schrijf je als 10.

Tips

  • Alleen het eerste cijfer dat wegvalt telt; de cijfers daarna doen niet mee.
  • Gaat een 9 omhoog, dan verandert ook het cijfer ervoor.

Waarom het werkt

Afronden achter de komma werkt precies zoals bij hele getallen. Je kijkt naar het eerste cijfer dat wegvalt. Is dat 5 of meer, dan wordt het laatste cijfer dat je houdt één hoger.