Grote getallen in stukken

Je leert grote getallen in stukken knippen, om ze te schrijven of de waarde van een cijfer te vinden.

Zo reken je het uit

  1. Knip een getalwoord in stukken, of een getal in groepjes van drie cijfers.
  2. Schrijf elk stuk van een woord als getal, en tel de stukken op.
  3. Zoek bij een cijfer de plek, van rechts geteld.
  4. Doe het cijfer keer de waarde van die plek.
D1.000
3
H100
4
T10
2
E1
8
3000 + 400 + 20 + 8=3428

Een voorbeeld, uitgewerkt

drieduizend vierhonderdacht

  1. Knip het woord in stukken: drieduizend, vierhonderd, acht.
  2. Schrijf elk stuk als getal: 3.000, 400 en 8.
  3. Tel op: 3.000 + 400 + 8 = 3.408.
Nog meer voorbeelden

vijfhonderdtachtig

  1. Knip het woord in stukken: vijfhonderd, tachtig.
  2. Schrijf elk stuk als getal: 500 en 80.
  3. Tel op: 500 + 80 = 580.

Wat is de waarde van de 4 in 45.120?

  1. Knip het getal in groepjes van drie: 45 en 120.
  2. De 4 staat bij de duizenden, op de plek van tienduizend.
  3. Doe 4 × 10.000 = 40.000.
D1.000
—
H100
0
T10
0
E1
4

Wat is de waarde van de 6 in 608.734?

  1. Knip het getal in groepjes van drie: 608 en 734.
  2. De 6 staat vooraan bij de duizenden, op de plek van honderdduizend.
  3. Doe 6 × 100.000 = 600.000.
D1.000
—
H100
0
T10
0
E1
6

Zelf proberen

  1. Schrijf dit getal in cijfers

    zevenenveertig

  2. Schrijf dit getal in cijfers

    vijfhonderdtachtig

Let op

  • Je zet de stukken achter elkaar: drieduizend vierhonderdacht wordt 30004008.

    Tel de stukken op in plaats van ze achter elkaar te zetten: 3.000 + 400 + 8 = 3.408.

  • Je telt de plekken verkeerd: bij de 4 in 45.120 schrijf je 4.000.

    Tel de plekken van rechts: eenheden, tientallen, honderdtallen, duizendtallen, tienduizendtallen. De 4 staat op de vijfde plek.

Tips

  • Onder de honderd zeg je eerst de eenheid: zevenenveertig is 47, niet 74.
  • Een plek die in het woord niet voorkomt, krijgt een 0: drieduizend vierhonderdacht heeft geen tientallen.

Waarom het werkt

Een lang getalwoord bestaat uit stukken die je kent: duizend, honderd en een getal onder de honderd. Schrijf je elk stuk als getal en tel je ze op, dan staat elk cijfer op de goede plek. Een groot getal als 45.120 lees je makkelijker in groepjes van drie, met een punt ertussen. In elk groepje komt hetzelfde terug: eenheden, tientallen, honderdtallen.