Getallenlijn aflezen
Je leert aflezen welk getal bij een pijl op de getallenlijn hoort.
Zo reken je het uit
- Kijk hoeveel stapjes er zijn tussen twee getallen op de lijn.
- Deel het verschil door dat aantal: zo groot is één stapje.
- Tel vanaf het getal vóór de pijl de stapjes erbij.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Welk getal hoort bij de pijl?
- Tussen 30 en 40 zitten 10 stapjes.
- Eén stapje is 10 : 10 = 1.
- De pijl staat 4 stapjes na 30: 30 + 4 = 34.
Nog meer voorbeelden
Welk getal hoort bij de pijl?
- Tussen 60 en 70 zitten 2 stapjes.
- Eén stapje is 10 : 2 = 5.
- De pijl staat 1 stapje na 60: 60 + 5 = 65.
Welk getal hoort bij de pijl?
- Tussen 500 en 600 zitten 5 stapjes.
- Eén stapje is 100 : 5 = 20.
- De pijl staat 3 stapjes na 500: 500 + 60 = 560.
Let op
Je denkt dat elk stapje 1 is: bij een lijn met stapjes van 20 lees je 503 in plaats van 560.
Reken altijd eerst uit hoeveel één stapje is, voordat je gaat tellen.
Je telt vanaf het begin van de lijn in plaats van vanaf het getal vlak voor de pijl.
Zoek het grote streepje met een getal vlak vóór de pijl, en tel vanaf daar.
Tips
- Tel de stukjes tussen de streepjes, niet de streepjes zelf.
- Zeg hardop wat één stapje is, voordat je gaat tellen.
Waarom het werkt
Niet elk streepje op een getallenlijn is 1. Soms is een stapje 5, 20 of 1000. Als je eerst uitrekent hoeveel één stapje is, kun je elke getallenlijn lezen, hoe groot de getallen ook zijn.