Tegenwoordige tijd: ik-vorm
Je leert de ik-vorm schrijven: dat is de stam van het werkwoord, zonder t.
Zo schrijf je het
- Zeg het hele werkwoord: lopen.
- Haal -en eraf: dat is de stam.
- Eindigt de stam op z of v? Schrijf dan s of f: reiz wordt reis.
- Schrijf bij ik alleen de stam op, zonder t.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik lop
alleen de stam
hij / zij / jijhij lopt
stam + t
jij of je erachterlop jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij lopen
het hele werkwoord
Een voorbeeld, uitgewerkt
Ik ___ naar school. (lopen, tegenwoordige tijd)
- Haal -en van lopen af: dan blijft loop over.
- Dat is de stam.
- Kijk wie er voor staat: ik.
- Bij ik komt er geen t achter.
- Je schrijft loop.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord
Nog meer voorbeelden
Ik ___ met de trein. (reizen, tegenwoordige tijd)
- Haal -en van reizen af: reiz.
- Een woord eindigt nooit op z, dus je schrijft een s.
- Er staat ik voor, dus geen t: reis.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord
Ik ___ morgen negen. (worden, tegenwoordige tijd)
- Haal -en van worden af: dat is de stam, met een d.
- Er staat ik voor, dus geen t erachter.
- Je schrijft word.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord
Zelf proberen
rekenen · tegenwoordige tijd
Zonder hulpmiddel ___ ik alle sommen uit mijn uit.
reizen · tegenwoordige tijd
Met het en mijn ___ ik door het hele .
Let op
Je zet een t achter de ik-vorm, zoals ik wordt.
Vervang het werkwoord door lopen: ik loop, zonder t. Dan weet je: bij ik nooit een t.
Tips
- Bij ik schrijf je het hele werkwoord zonder -en: ik loop, ik word.
Uitzonderingen
- Zijn en hebben doen het anders: ik ben en ik heb.
Waarom het werkt
De stam is het hele werkwoord zonder -en: lopen wordt loop. Bij ik schrijf je alleen de stam, ook als die op een d eindigt, zoals ik word. Eindigt de stam op een z of v, dan wordt dat een s of f, want een woord eindigt daar nooit op.