Tegenwoordige tijd: ik-vorm

Je leert de ik-vorm schrijven: dat is de stam van het werkwoord, zonder t.

Zo schrijf je het

  1. Zeg het hele werkwoord: lopen.
  2. Haal -en eraf: dat is de stam.
  3. Eindigt de stam op z of v? Schrijf dan s of f: reiz wordt reis.
  4. Schrijf bij ik alleen de stam op, zonder t.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik lop
alleen de stam
hij / zij / jijhij lopt
stam + t
jij of je erachterlop jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij lopen
het hele werkwoord

Een voorbeeld, uitgewerkt

Ik ___ naar school. (lopen, tegenwoordige tijd)

  1. Haal -en van lopen af: dan blijft loop over.
  2. Dat is de stam.
  3. Kijk wie er voor staat: ik.
  4. Bij ik komt er geen t achter.
  5. Je schrijft loop.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord
Nog meer voorbeelden

Ik ___ met de trein. (reizen, tegenwoordige tijd)

  1. Haal -en van reizen af: reiz.
  2. Een woord eindigt nooit op z, dus je schrijft een s.
  3. Er staat ik voor, dus geen t: reis.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord

Ik ___ morgen negen. (worden, tegenwoordige tijd)

  1. Haal -en van worden af: dat is de stam, met een d.
  2. Er staat ik voor, dus geen t erachter.
  3. Je schrijft word.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord

Zelf proberen

  1. rekenen · tegenwoordige tijd

    Zonder hulpmiddel ___ ik alle sommen uit mijn uit.

  2. reizen · tegenwoordige tijd

    Met het en mijn ___ ik door het hele .

Let op

  • Je zet een t achter de ik-vorm, zoals ik wordt.

    Vervang het werkwoord door lopen: ik loop, zonder t. Dan weet je: bij ik nooit een t.

Tips

  • Bij ik schrijf je het hele werkwoord zonder -en: ik loop, ik word.

Uitzonderingen

  • Zijn en hebben doen het anders: ik ben en ik heb.

Waarom het werkt

De stam is het hele werkwoord zonder -en: lopen wordt loop. Bij ik schrijf je alleen de stam, ook als die op een d eindigt, zoals ik word. Eindigt de stam op een z of v, dan wordt dat een s of f, want een woord eindigt daar nooit op.