Jij achter het werkwoord

Je leert waarom je jij loopt schrijft, maar loop jij: staat jij erachter, dan valt de t weg.

Zo schrijf je het

  1. Kijk waar jij of je staat.
  2. Staat het vóór het werkwoord, schrijf dan stam + t.
  3. Staat het erachter, laat de t dan weg.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik lop
alleen de stam
hij / zij / jijhij lopt
stam + t
jij of je erachterlop jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij lopen
het hele werkwoord

Een voorbeeld, uitgewerkt

___ jij mee naar huis? (lopen, tegenwoordige tijd)

  1. Zoek de stam van lopen: loop.
  2. Kijk waar jij staat: achter het werkwoord.
  3. Staat jij erachter, dan valt de t weg.
  4. Je schrijft loop.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord
Nog meer voorbeelden

Wat ___ jij ervan? (vinden, tegenwoordige tijd)

  1. Zoek de stam van vinden: vind.
  2. Jij staat achter het werkwoord.
  3. Er komt geen t achter: vind.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord

Waar ___ je? (wonen, tegenwoordige tijd)

  1. Zoek de stam van wonen: woon.
  2. Je staat achter het werkwoord.
  3. Er komt geen t achter: woon.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik word
alleen de stam
hij / zij / jijhij wordt
stam + tstam met d + t = dt
jij of je erachterword jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij worden
het hele werkwoord

Zelf proberen

  1. schudden · tegenwoordige tijd

    Waarom ___ jij steeds zo met je ?

  2. zingen · tegenwoordige tijd

    Welk van het clublied ___ jij het ?

Let op

  • Je schrijft vindt jij, omdat je bij jij altijd een t denkt.

    Kijk waar jij staat. Alleen als jij vóór het werkwoord staat, komt er een t.

Tips

  • Draai de zin om: jij vindt het mooi wordt vind jij het mooi? Dan valt de t weg.

Waarom het werkt

Bij jij vóór het werkwoord komt er een t achter de stam: jij loopt. Staat jij of je erachter, zoals in een vraag, dan valt die t weg: loop jij mee? Dat geldt ook voor werkwoorden met een d: word je boos?