Voltooid deelwoord: -t of -d

Je leert het voltooid deelwoord schrijven: ge- ervoor, en 't kofschip beslist of er een t of een d achter komt.

Zo schrijf je het

  1. Zoek de stam en zet er ge- voor.
  2. Begint het werkwoord al met be-, ge- of ver-? Dan komt er geen ge- bij.
  3. Kijk op welke letter de stam eindigt.
  4. Zit die in 't kofschip, plak dan een t; zo niet, plak dan een d.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Hij heeft hard ___. (werken, voltooid deelwoord)

  1. Zet ge- voor de stam: ge + werk.
  2. Werk eindigt op een k, en die zit in 't kofschip.
  3. Plak er een t achter: gewerkt.
Nog meer voorbeelden

Ik heb de rekening al ___. (betalen, voltooid deelwoord)

  1. Betalen begint met be-, dus er komt geen ge- voor.
  2. De stam betaal eindigt op een l, en die zit niet in 't kofschip.
  3. Plak er een d achter: betaald.

Wij hebben buiten ___. (spelen, voltooid deelwoord)

  1. Zet ge- voor de stam: ge + speel.
  2. Speel eindigt op een l, en die zit niet in 't kofschip.
  3. Plak er een d achter: gespeeld.

Zelf proberen

  1. luisteren · voltooid deelwoord

    De klas heeft heel stil naar het ___.

  2. praten · voltooid deelwoord

    Wij hebben uitgebreid over de plannen voor het kamp ___.

Let op

  • Je hoort een t aan het eind en schrijft geleert.

    Aan het eind hoor je altijd een t. Kijk daarom naar de stam: leer eindigt op een r, en die zit niet in 't kofschip.

Tips

  • Het deelwoord eindigt op een t of een d, en 't kofschip kiest welke.

Uitzonderingen

  • Begint het werkwoord met be-, ge-, ver-, her-, ont- of er-, dan komt er geen ge- voor: betaald, herhaald, ontdekt.

Waarom het werkt

Het voltooid deelwoord hoort bij heb, heeft of is: ik heb gewerkt. Het begint met ge-, behalve als het werkwoord al met be-, ge- of ver- begint. Achteraan kijk je weer naar 't kofschip: t als de letter erin zit, anders d.