Sterke werkwoorden: voltooid deelwoord
Je leert het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden: ge- ervoor en -en erachter.
Zo schrijf je het
- Kijk of het werkwoord sterk is: verandert de klinker? Zet er dan ge- voor.
- Laat het eindigen op -en in plaats van op t of d.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik lop
alleen de stam
hij / zij / jijhij lopt
stam + t
jij of je erachterlop jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij lopen
het hele werkwoord
Een voorbeeld, uitgewerkt
Wij hebben de hele stad door ___. (lopen, voltooid deelwoord)
- Lopen is sterk.
- Zeg het rijtje: lopen, liep, gelopen.
- Het derde woord van het rijtje is het deelwoord.
- Je schrijft gelopen.
Nog meer voorbeelden
Hij heeft nog nooit ___. (zwemmen, voltooid deelwoord)
- Zwemmen is sterk.
- Zeg het rijtje: zwemmen, zwom, gezwommen.
- De o is kort, dus dubbel m: gezwommen.
De vogel is weggevlogen. (vliegen, voltooid deelwoord)
- Vliegen is sterk.
- Zeg het rijtje: vliegen, vloog, gevlogen.
- Het derde woord is het deelwoord: gevlogen.
Zelf proberen
breken · voltooid deelwoord
Het vaasje is in ___.
eten · voltooid deelwoord
De hongerige hebben alle op___.
Let op
Je plakt er een t of d achter, zoals geloopt.
Is het werkwoord sterk, dan eindigt het deelwoord op -en. Zeg het rijtje om het te horen.
Tips
- Het deelwoord van een sterk werkwoord eindigt op -en, niet op t of d.
Uitzonderingen
- Begint het werkwoord met be-, ver- of ont-, dan staat er geen ge- voor: begonnen, verloren.
Waarom het werkt
Bij sterke werkwoorden eindigt het voltooid deelwoord niet op een t of d, maar op -en. Vaak verandert de klank ook: vliegen wordt gevlogen. Het derde woord van het rijtje is het deelwoord.