Sterke werkwoorden: voltooid deelwoord

Je leert het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden: ge- ervoor en -en erachter.

Zo schrijf je het

  1. Kijk of het werkwoord sterk is: verandert de klinker? Zet er dan ge- voor.
  2. Laat het eindigen op -en in plaats van op t of d.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik lop
alleen de stam
hij / zij / jijhij lopt
stam + t
jij of je erachterlop jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij lopen
het hele werkwoord

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wij hebben de hele stad door ___. (lopen, voltooid deelwoord)

  1. Lopen is sterk.
  2. Zeg het rijtje: lopen, liep, gelopen.
  3. Het derde woord van het rijtje is het deelwoord.
  4. Je schrijft gelopen.
Nog meer voorbeelden

Hij heeft nog nooit ___. (zwemmen, voltooid deelwoord)

  1. Zwemmen is sterk.
  2. Zeg het rijtje: zwemmen, zwom, gezwommen.
  3. De o is kort, dus dubbel m: gezwommen.

De vogel is weggevlogen. (vliegen, voltooid deelwoord)

  1. Vliegen is sterk.
  2. Zeg het rijtje: vliegen, vloog, gevlogen.
  3. Het derde woord is het deelwoord: gevlogen.

Zelf proberen

  1. breken · voltooid deelwoord

    Het vaasje is in ___.

  2. eten · voltooid deelwoord

    De hongerige hebben alle op___.

Let op

  • Je plakt er een t of d achter, zoals geloopt.

    Is het werkwoord sterk, dan eindigt het deelwoord op -en. Zeg het rijtje om het te horen.

Tips

  • Het deelwoord van een sterk werkwoord eindigt op -en, niet op t of d.

Uitzonderingen

  • Begint het werkwoord met be-, ver- of ont-, dan staat er geen ge- voor: begonnen, verloren.

Waarom het werkt

Bij sterke werkwoorden eindigt het voltooid deelwoord niet op een t of d, maar op -en. Vaak verandert de klank ook: vliegen wordt gevlogen. Het derde woord van het rijtje is het deelwoord.