Werkwoorden met be-, ge-, ver-
Je leert werkwoorden met voorvoegsels zoals be-, ge- en ver- foutloos spellen in de tegenwoordige tijd.
Zo schrijf je het
- Let goed op bij werkwoorden met be-, ge-, ver-, ont- of her-.
- Kijk of het werkwoord in de tegenwoordige tijd staat.
- Dan geldt altijd stam plus t.
- Dus hij beantwoordt en het gebeurt.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik hij
alleen de stam
hij / zij / jijhij hijt
stam + t
jij of je erachterhij jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij hij
het hele werkwoord
Een voorbeeld, uitgewerkt
Mijn vader ___ de vraag van de meester. (beantwoorden)
- Kijk naar de tijd van de zin: tegenwoordige tijd.
- Het onderwerp is mijn vader (hij).
- Neem de stam van beantwoorden: beantwoord.
- Plak er een t achter: beantwoordt.
Nog meer voorbeelden
Wat ___ er nu in de tuin? (gebeuren)
- Het gebeurt nu: tegenwoordige tijd.
- De stam van gebeuren is gebeur.
- Stam plus t: gebeurt.
De postbode ___ het pakket vandaag. (bezorgen)
- Tegenwoordige tijd bij de postbode.
- De stam is bezorg.
- Stam plus t: bezorgt.
Zelf proberen
ontdekken · tegenwoordige tijd
De astronoom ___ een komeet aan de nachtelijke hemel.
ontkomen · tegenwoordige tijd
Het snelle ___ maar net aan de van de valk.
Let op
Je denkt dat gebeurt een voltooid deelwoord is en schrijft gebeurd met een d.
Vraag je af of er een hulpwerkwoord staat: er gebeurt iets is tegenwoordige tijd met stam plus t.
Tips
- Vervang het werkwoord door lopen: hij loopt, dus hij beantwoordt (met een t).
Waarom het werkt
Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, ver-, ont- of her- lijken soms op een voltooid deelwoord. Laat je niet in de war brengen: staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd, dan geldt gewoon stam plus t.