Verleden tijd: 't kofschip
Je leert de verleden tijd schrijven: 't kofschip zegt of je -te of -de achter de stam plakt.
Zo schrijf je het
- Zoek de stam: het hele werkwoord zonder -en.
- Kijk op welke letter de stam eindigt.
- Zit die letter in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), schrijf dan -te of -ten.
- Zo niet, schrijf dan -de of -den.
werkenwerk
werk
’t kofschip
werk + tewerkte
Een voorbeeld, uitgewerkt
Gisteren ___ hij in de tuin. (werken, verleden tijd)
- Zoek de stam van werken: werk.
- Kijk naar de laatste letter: een k.
- De k zit in 't kofschip.
- Plak er -te achter: werkte.
Nog meer voorbeelden
Zij ___ gisteren haar woordjes. (leren, verleden tijd)
- Zoek de stam van leren: leer.
- Die eindigt op een r, en de r zit niet in 't kofschip.
- Plak er -de achter: leerde.
lerenler
ler
’t kofschip
ler + delerde
Wij ___ naar Italië. (reizen, verleden tijd)
- Zoek de stam van reizen: reiz.
- De z zit niet in 't kofschip, dus -de, en bij wij -den.
- Schrijf de stam met een s: reisden.
reizenreiz
reiz
’t kofschip
reiz + dereizde
Zelf proberen
hopen · verleden tijd
De supporters ___ op een in de .
dromen · verleden tijd
Als kind ___ ik al van een naar de maan.
Let op
Je kijkt naar de s van reis en schrijft reiste.
Kijk naar het hele werkwoord: reizen, met een z. Die z zit niet in 't kofschip.
Tips
- Onthoud 't kofschip: t, k, f, s, ch, p.
- Bij wij en zij (meer dan één) komt er -n achter: werkten, leerden.
Waarom het werkt
In 't kofschip zitten de letters t, k, f, s, ch en p. Eindigt de stam op een van die letters, dan komt er -te achter, anders -de. Kijk naar de stam vóórdat een z of v een s of f wordt: reizen heeft de stam reiz, dus -de.