Het tegenwoordig deelwoord

Je leert het tegenwoordig deelwoord spellen: het hele werkwoord met een d erachter.

Zo schrijf je het

  1. Een tegenwoordig deelwoord geeft aan dat iets tegelijk gebeurt.
  2. Neem het hele werkwoord en plak er een d achter: lachend, zingend en zuchtend.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik lop
alleen de stam
hij / zij / jijhij lopt
stam + t
jij of je erachterlop jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij lopen
het hele werkwoord

Een voorbeeld, uitgewerkt

Het meisje liep ___ naar school. (zingen)

  1. Kijk naar het werkwoord: zingen.
  2. Het gebeurt tegelijk met het lopen, dus het is een tegenwoordig deelwoord.
  3. Neem het hele werkwoord zingen en plak er een d achter: zingend.
Nog meer voorbeelden

Hij viel ___ in slaap. (lezen)

  1. Neem het hele werkwoord lezen.
  2. Plak er een d achter.
  3. Je schrijft lezend.

De kinderen kwamen ___ naar buiten. (rennen)

  1. Neem het hele werkwoord rennen.
  2. Plak er een d achter: rennend.

Zelf proberen

  1. vechten · tegenwoordig deelwoord

    De twee rolden al grommend en ___ door het stof.

  2. zoeken · tegenwoordig deelwoord

    Al ___ naar zijn bril tastte over het nachtkastje.

Let op

  • Je schrijft een t in plaats van een d aan het einde.

    Een tegenwoordig deelwoord eindigt altijd op een d, nooit op een t.

Tips

  • Als je het woord langer maakt (de zingende vogel), hoor je de d vanzelf.

Waarom het werkt

Een tegenwoordig deelwoord beschrijft een handeling die gelijktijdig met iets anders plaatsvindt. De regel is heel eenvoudig: schrijf het hele werkwoord op en zet er een d achter.