Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
Je leert bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden zo kort mogelijk te spellen.
Zo schrijf je het
- Gebruik je een deelwoord als bijvoeglijk woord, schrijf het dan zo kort mogelijk.
- Gebruik één d of één t.
- Verdubbel nooit een d of t aan het einde.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik het
alleen de stam
hij / zij / jijhij het
stam + t
jij of je erachterhet jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij het
het hele werkwoord
Een voorbeeld, uitgewerkt
De ___ boterham smaakte naar as. (verbranden)
- Kijk naar het woord: verbranden.
- Het voltooid deelwoord is verbrand.
- Als bijvoeglijk naamwoord schrijf je het zo kort mogelijk: verbrande met één d.
Nog meer voorbeelden
Het pas ___ hek blonk in de zon. (verven)
- Het voltooid deelwoord is geverfd.
- Zet er een e achter en schrijf zo kort mogelijk: geverfde.
De ___ kamer zag er prachtig uit. (vergroten)
Schrijf zo kort mogelijk: vergrote met één t, niet met dubbel t.
Zelf proberen
breien · bijvoeglijk gebruikt
In de draag ik altijd een ___ mutsje.
koelen · bijvoeglijk gebruikt
Op die hete zomerdag smaakte het ___ .
Let op
Je schrijft verbrandde met dubbel d omdat de stam op een d eindigt.
In de verleden tijd schrijf je hij verbrandde, maar bijvoeglijk altijd zo kort mogelijk: de verbrande taart.
Tips
- Vergelijk het met een gewoon bijvoeglijk naamwoord zoals groot of rood: de rode appel, de verbrande taart.
Waarom het werkt
Staat een voltooid deelwoord voor een zelfstandig naamwoord, dan noemt het een eigenschap. De hoofdregel is: schrijf het zo kort mogelijk. Je schrijft dus nooit dubbel d of dubbel t aan het eind.