Voltooid deelwoord of tegenwoordige tijd?
Je leert kiezen tussen gebeurd en gebeurt: staat er heb, heeft of is bij, dan is het een voltooid deelwoord.
Zo schrijf je het
- Kijk of er een vorm van hebben of zijn in de zin staat: heb, heeft, is, zijn.
- Staat die erbij? Dan is het een voltooid deelwoord: gebruik 't kofschip, t of d.
- Staat die er niet bij? Dan is het tegenwoordige tijd: stam + t.
WerkwoordschemaTegenwoordige tijd
ikik hij
alleen de stam
hij / zij / jijhij hijt
stam + t
jij of je erachterhij jij?
alleen de stam, geen tde t valt weg
wij / jullie / zijwij hij
het hele werkwoord
Een voorbeeld, uitgewerkt
Dat is gisteren ___. (gebeuren, voltooid deelwoord)
- Kijk in de zin: er staat is.
- Dus een voltooid deelwoord.
- De stam gebeur eindigt op een r, en die zit niet in 't kofschip.
- Plak er een d achter: gebeurd.
Nog meer voorbeelden
Het weer ___ heel snel. (veranderen, tegenwoordige tijd)
- Kijk in de zin: er staat geen heb, heeft of is.
- Dus tegenwoordige tijd.
- Het weer is het: stam verander + t.
- Je schrijft verandert.
Zij heeft de deur ___. (openen, voltooid deelwoord)
- Kijk in de zin: er staat heeft.
- Dus een voltooid deelwoord.
- De stam open eindigt op een n, en die zit niet in 't kofschip.
- Plak er een d achter: geopend.
Zelf proberen
verspreiden · voltooid deelwoord
Het over het schoolfeest is door het ___.
bereiden · voltooid deelwoord
De feestmaaltijd voor de bruiloft is met ___.
Let op
Je schrijft het deelwoord met een t omdat het woord met ge- begint, zoals het is gebeurt.
Ge- vooraan zegt niets: gebeuren begint er altijd mee. Kijk of er heb, heeft of is in de zin staat.
Tips
- Twijfel je? Vervang het werkwoord door lopen: hij heeft gelopen of hij loopt. Zo hoor je welke vorm het is.
Waarom het werkt
Gebeurd en gebeurt klinken hetzelfde. Het verschil zit in de zin: staat er een vorm van hebben of zijn bij, dan is het een voltooid deelwoord en beslist 't kofschip. Staat die er niet bij, dan is het tegenwoordige tijd: stam + t.