Het tussenwerpsel
Je leert het tussenwerpsel vinden: een uitroep als au, hoera of bah, die los van de zin staat.
Zo doe je de proef
- Zoek een uitroep, zoals au, hé, hoera, bah of hè: vaak staat er een komma naast.
- Haal hem in gedachten weg.
- Blijft er een hele zin over? Dan is het een tussenwerpsel.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Wijs het tussenwerpsel aan: Au, dat doet pijn!
- Kijk naar het woord bij de komma: Au.
- Haal het weg: dat doet pijn.
- Dat is nog een hele zin, dus het tussenwerpsel is Au.
Nog meer voorbeelden
Wijs het tussenwerpsel aan: Dat was leuk, hoor.
- Kijk naar het woord achter de komma: hoor.
- Haal het weg: dat was leuk.
- Dat is nog een hele zin, dus het tussenwerpsel is hoor.
Wijs het tussenwerpsel aan: Hoera, wij hebben gewonnen!
- Kijk naar het woord bij de komma: Hoera.
- Haal het weg: wij hebben gewonnen.
- Dat is nog een hele zin, dus het tussenwerpsel is Hoera.
Let op
Je wijst het eerste woord ná de komma aan.
Haal het woord in gedachten weg. Blijft er geen hele zin over, dan hoorde het er wel bij.
Tips
- Een tussenwerpsel laat vaak een gevoel horen: pijn, schrik, blijdschap of walging.
Waarom het werkt
Een tussenwerpsel is een klank die je uitroept. Het hoort niet echt bij de rest van de zin. Haal je het weg, dan blijft er een hele zin over, en zo weet je dat het er los bij stond.