Samengestelde woorden

Je leert samengestelde woorden herkennen: twee losse woorden die samen één nieuw woord vormen.

Zo doe je de proef

  1. Een samenstelling bestaat uit twee losse woorden die samen één nieuw woord vormen.
  2. Knip het woord in twee stukken.
  3. Betekenen beide stukken los ook iets, dan is het een samenstelling.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs het samengestelde woord aan: De fietsbel rinkelt luid.

  1. Zoek naar een woord dat uit twee delen bestaat.
  2. Fiets is een los woord en bel is een los woord.
  3. Samen vormen ze fietsbel.
  4. Het samengestelde woord is fietsbel.
Nog meer voorbeelden

Wijs het samengestelde woord aan: Ik trek een warme regenjas aan.

  1. Knip het woord regenjas in tweeën: regen en jas.
  2. Allebei bestaan ze los.
  3. Het samengestelde woord is regenjas.

Wijs het samengestelde woord aan: Zij zette een donkere zonnebril op.

  1. Knip zonnebril in zon en bril.
  2. Beide woorden bestaan los.
  3. Het samengestelde woord is zonnebril.

Let op

  • Je wijst een gewoon woord aan met een voorvoegsel, zoals gehoord of bedacht.

    Bij een samenstelling moeten beide delen échte losse woorden zijn, zoals zak en lamp.

Tips

  • Knip het woord in tweeën: kunnen beide helften los in een zin staan, dan is het een samenstelling.

Waarom het werkt

Een samengesteld woord ontstaat door twee woorden aan elkaar te plakken, zoals fiets en bel. Als je de twee delen herkent, begrijp je de betekenis en schrijf je het woord meteen aan elkaar.