Het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Je leert het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord vinden: het woord dat zegt van welke stof iets is gemaakt.

Zo doe je de proef

  1. Zoek het ding in de zin.
  2. Vraag waarvan het gemaakt is: van hout, goud, wol of glas.
  3. Dat woord zegt van welk materiaal het ding gemaakt is.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord aan: Opa zit op een houten bankje.

  1. Zoek eerst het ding in de zin: bankje.
  2. Vraag dan waarvan het bankje is gemaakt: van hout.
  3. Het woord dat de stof noemt is houten.
Nog meer voorbeelden

Wijs het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord aan: Zij draagt een gouden ring.

  1. Zoek het zelfstandig naamwoord: ring.
  2. Vraag waarvan de ring is gemaakt.
  3. Het antwoord is gouden.

Wijs het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord aan: Wij drinken uit een glazen fles.

  1. Zoek het zelfstandig naamwoord: fles.
  2. Vraag waarvan de fles is gemaakt.
  3. Het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord is glazen.

Let op

  • Je wijst een gewoon bijvoeglijk naamwoord aan, zoals mooi of groot.

    Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord noemt altijd een echt materiaal, zoals hout, goud, zilver of glas.

Tips

  • Vraag altijd: waarvan is het gemaakt? Het antwoord is het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.

Waarom het werkt

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord noemt het materiaal waarvan een voorwerp is gemaakt. Deze woorden eindigen bijna altijd op -en. Je vindt ze door te vragen waarvan het gemaakt is.