De trappen van vergelijking
Je leert de trappen van vergelijking herkennen: stellende trap, vergrotende trap en overtreffende trap.
Zo doe je de proef
- Kijk hoe twee of meer dingen vergeleken worden.
- Een vergrotende trap eindigt op -er, zoals sneller.
- Een overtreffende trap eindigt op -st, zoals snelst.
- Onregelmatig zijn beter en meest.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Wijs de vergrotende trap aan: Deze toren is hoger dan de kerk.
- Kijk naar de vergelijking tussen toren en kerk.
- Zoek het woord dat op -er eindigt.
- De vergrotende trap is hoger.
Nog meer voorbeelden
Wijs de overtreffende trap aan: Liam rende het snelst van iedereen.
- Kijk wie de hoogste score haalt.
- Zoek het woord met -st aan het eind.
- De overtreffende trap is snelst.
Wijs de vergrotende trap aan: Mijn hond is trouwer dan jouw kat.
- Vergelijk hond en kat op trouw.
- Zoek de vorm met -er.
- De vergrotende trap is trouwer.
Let op
Je vergeet dat sommige woorden onregelmatig zijn, zoals goed en veel.
Leer de vaste rijtjes uit je hoofd: goed - beter - best, en veel - meer - meest.
Tips
- Hoor je -er, dan is het vergrotend. Hoor je -st, dan is het overtreffend.
Waarom het werkt
Met de trappen van vergelijking druk je een verschil in maat of hoeveelheid uit. De stellende trap is het gewone woord (groot). De vergrotende trap krijgt -er (groter). De overtreffende trap krijgt -st (grootst).