Het wederkerend voornaamwoord

Je leert het wederkerend voornaamwoord vinden: het woordje dat terugwijst naar het onderwerp zelf.

Zo doe je de proef

  1. Zoek het werkwoord dat bij elkaar hoort.
  2. Denk aan zich vergissen of zich schamen.
  3. Het woordje me, je, zich of ons wijst terug naar de persoon zelf.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs het wederkerend voornaamwoord aan: Lucas schaamt zich voor zijn vergissing.

  1. Zoek de persoonsvorm: schaamt.
  2. Vraag wie zich schaamt: Lucas.
  3. Het woordje dat terugslaat op Lucas is zich.
Nog meer voorbeelden

Wijs het wederkerend voornaamwoord aan: Ik herinner me die leuke dag nog.

  1. Kijk naar het werkwoord: herinneren.
  2. Het onderwerp is ik.
  3. Het woordje dat naar ik terugwijst is me.

Wijs het wederkerend voornaamwoord aan: Wij verheugen ons op het feest.

  1. Zoek het onderwerp: wij.
  2. Kijk welk woord bij zich verheugen hoort.
  3. Het wederkerend voornaamwoord is ons.

Let op

  • Je verwart een wederkerend voornaamwoord met een persoonlijk voornaamwoord, zoals hem in hij wast hem.

    Als iemand een ander wast (hij wast hem), is het persoonlijk. Wast hij zichzelf (hij wast zich), dan is het wederkerend.

Tips

  • Vraag je af: kan het hele werkwoord met zich ervoor? Dan is me, je, zich of ons een wederkerend voornaamwoord.

Waarom het werkt

Sommige werkwoorden kunnen niet zonder een vorm van zich: zich vergissen, zich schamen, zich verheugen. De woordjes me, je, zich en ons verwijzen dan naar het onderwerp zelf.