Het telwoord
Je leert het telwoord vinden: het woord dat zegt hoeveel er zijn, of de hoeveelste iets is.
Zo doe je de proef
- Zoek het woord dat zegt hoeveel er zijn: drie, dertig, veel, weinig.
- Of zoek het woord dat zegt de hoeveelste: eerste, tweede, vierde.
- Dat woord is een telwoord.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Wijs het telwoord aan: Ik heb drie appels gekocht.
- Zoek het ding: appels.
- Vraag: hoeveel appels? Het antwoord is drie.
- Dus het telwoord is drie.
Nog meer voorbeelden
Wijs het telwoord aan: Er liggen veel blaadjes op straat.
- Zoek het ding: blaadjes.
- Vraag: hoeveel blaadjes? Er staat geen getal, maar veel zegt het ook.
- Het telwoord is veel.
Wijs het telwoord aan: De vierde ronde begint zo.
- Zoek het ding: ronde.
- Vraag: de hoeveelste ronde? Het telwoord is vierde.
Let op
Je slaat veel of weinig over, omdat er geen getal staat.
Vraag hoeveel. Is veel of weinig het antwoord, dan is dat het telwoord.
Tips
- Eerste, tweede en derde zeggen de hoeveelste: dat zijn ook telwoorden.
- Het woordje een is soms een lidwoord en soms een telwoord: een boek of één boek.
Waarom het werkt
Telwoorden zijn niet alleen getallen als drie of dertig. Ook veel en weinig zeggen hoeveel. En eerste, tweede en vierde zeggen de hoeveelste. Met de vraag hoeveel? of de hoeveelste? vind je ze allemaal.