Plus tot tien
Je leert plussommen tot tien sneller uitrekenen door bij het grootste getal te beginnen.
Zo reken je het uit
- Zet het grootste getal in je hoofd.
- Tel het kleinste er in stapjes van één bij.
Een voorbeeld, uitgewerkt
2 + 6
- Begin bij 6.
- Tel er 2 bij: 7, 8.
- Dus 2 + 6 = 8.
Nog meer voorbeelden
3 + 5
- Begin bij 5.
- Tel er 3 bij: 6, 7, 8.
- Dus 3 + 5 = 8.
4 + 4
- Allebei even groot, dus begin bij 4.
- Tel er 4 bij: 5, 6, 7, 8.
- Dus 4 + 4 = 8.
Zelf proberen
3 + 4 =
4 + 5 =
Let op
Je begint bij het eerste getal en telt dan heel lang door: bij 2 + 7 tel je zeven stappen.
Kijk eerst welk getal het grootst is. Begin daar, dan hoef je maar een paar stappen te tellen.
Je telt het getal waar je begint mee: bij 6 + 2 zeg je 6, 7 en kom je op 7.
Zet 6 in je hoofd en begin te tellen bij 7.
Tips
- Plus mag je omdraaien, dus kies de kant waar je het minst hoeft te tellen.
- Zet het grote getal in je hoofd en tel het kleine getal op je vingers.
Uitzonderingen
- Bij min mag je niet omdraaien: begin altijd bij het eerste getal.
Waarom het werkt
Bij 2 + 6 kun je 6 stappen tellen vanaf 2, maar ook 2 stappen vanaf 6. Dat laatste is korter, en dan maak je minder snel een telfout. Plus mag je omdraaien: 2 + 6 en 6 + 2 zijn hetzelfde.