Min met tientallen én eenheden

Je leert minsommen met tientallen én eenheden: eerst de tientallen eraf, dan de eenheden.

Zo reken je het uit

  1. Splits het tweede getal in tientallen en eenheden.
  2. Haal eerst de tientallen eraf.
  3. Haal daarna de eenheden eraf.

Een voorbeeld, uitgewerkt

76 − 28

  1. Splits 28 in 20 en 8.
  2. Haal de tientallen eraf: 76 − 20 = 56.
  3. Haal de eenheden eraf: 56 − 8 = 48.
Nog meer voorbeelden

93 − 27

  1. Splits 27 in 20 en 7.
  2. Haal de tientallen eraf: 93 − 20 = 73.
  3. Haal de eenheden eraf: 73 − 7 = 66.

64 − 34

  1. Splits 34 in 30 en 4.
  2. Haal de tientallen eraf: 64 − 30 = 34.
  3. Haal de eenheden eraf: 34 − 4 = 30.

Zelf proberen

  1. 72 − 38 =

  2. 55 − 24 =

Let op

  • Je draait bij de eenheden de getallen om: bij 76 − 28 doe je 8 − 6 en zeg je 52.

    Haal de hele 8 eraf, van 56. Gaat dat over het tiental heen, spring dan eerst naar 50.

Tips

  • Haal eerst de tientallen eraf, want dat is de grootste stap.
  • Controleer met plus: 48 + 28 = 76, dus 76 − 28 = 48.

Uitzonderingen

  • Gaat de tweede stap over het tiental, zoals 56 − 8, spring dan eerst terug naar 50.

Waarom het werkt

Bij 76 − 28 splits je 28 in 20 en 8. Eerst 20 eraf is makkelijk: 76 wordt 56. Daarna gaan de 8 eraf, en dat mag via het tiental: 56 − 6 − 2.