Vrienden van tien

Je leert welke twee getallen samen tien zijn, zodat je ze meteen weet.

Zo reken je het uit

  1. Steek het getal op met je vingers.
  2. Tel de vingers die nog omlaag zijn.
  3. Onthoud de twee als vast paar.
1073

Een voorbeeld, uitgewerkt

7 + _ = 10

  1. Steek 7 vingers op.
  2. Tel de vingers die nog omlaag zijn: 3.
  3. Dus 7 + 3 = 10.
Nog meer voorbeelden

4 + _ = 10

  1. Steek 4 vingers op.
  2. Tel de vingers die nog omlaag zijn: 6.
  3. Dus 4 + 6 = 10.

9 + _ = 10

  1. Steek 9 vingers op.
  2. Er is nog 1 vinger omlaag.
  3. Dus 9 + 1 = 10.

5 + _ = 10

  1. Steek 5 vingers op.
  2. Er zijn nog 5 vingers omlaag.
  3. Dus 5 + 5 = 10.

Zelf proberen

  1. 3 + • = 10

  2. 9 + • = 10

Let op

  • Je telt de vingers die omhoog staan in plaats van die omlaag: bij 7 + _ = 10 zeg je 7.

    Kijk naar de vingers die nog niet meedoen. Die heb je nodig om tien te maken.

  • Je zegt 5 bij 6 + _ = 10, omdat 5 en 5 samen tien zijn.

    Reken het paartje na: 6 + 5 = 11, dat is te veel. Het goede paartje is 6 en 4.

Tips

  • Leer de paartjes in een rijtje: 1 en 9, 2 en 8, 3 en 7, 4 en 6, 5 en 5.
  • Omdraaien mag: 3 + 7 en 7 + 3 zijn allebei 10.

Waarom het werkt

Tien is het belangrijkste getal bij plus en min. Als je de paartjes van tien uit je hoofd kent, kun je later snel over het tiental rekenen: 8 + 5 wordt 8 + 2 + 3. Je vingers laten het paartje zien: wat omhoog staat en wat omlaag staat, is samen tien.