Plus tot twintig
Je leert plussommen tot twintig, waarbij je het tiental laat staan en alleen met de eenheden rekent.
Zo reken je het uit
- Laat de tien staan.
- Tel de eenheden bij elkaar op.
- Zet de tien er weer voor.
Een voorbeeld, uitgewerkt
13 + 5
- Laat de 10 van 13 staan.
- Tel de eenheden op: 3 + 5 = 8.
- Zet de 10 ervoor: 10 + 8 = 18.
Nog meer voorbeelden
12 + 6
- Laat de 10 van 12 staan.
- Tel de eenheden op: 2 + 6 = 8.
- Zet de 10 ervoor: 10 + 8 = 18.
4 + 11
- Laat de 10 van 11 staan.
- Tel de eenheden op: 4 + 1 = 5.
- Zet de 10 ervoor: 10 + 5 = 15.
Zelf proberen
15 + 4 =
11 + 4 =
Let op
Je vergeet de tien weer ervoor te zetten: bij 13 + 5 zeg je 8.
Er zat al een tien in 13, en die gaat niet weg. Het antwoord is dus meer dan 10.
Tips
- Het tiental laat je staan: reken alleen met de eenheden.
- Omdraaien mag: 4 + 11 is hetzelfde als 11 + 4.
Uitzonderingen
- Komen de eenheden samen op 10 of meer, zoals 17 + 5, dan ga je over het tiental. Gebruik dan Maak eerst tien.
Waarom het werkt
In 13 zit een tien en 3 losse. Tel je er 5 bij, dan verandert de tien niet: alleen de losse worden er meer. Zo reken je met kleine getallen die je al kent, en zet je de tien er gewoon weer voor.