Plus over de tien
Je leert plussommen over de tien heen, door eerst precies tot tien aan te vullen.
Zo reken je het uit
- Splits het tweede getal zo dat je precies op tien uitkomt.
- Tel eerst tot tien.
- Tel daarna de rest erbij.
Een voorbeeld, uitgewerkt
7 + 8
- Splits 8 in 3 en 5, want 7 + 3 = 10.
- Tel eerst 3 erbij: 10.
- Tel daarna de 5 erbij: 10 + 5 = 15.
Nog meer voorbeelden
9 + 4
- Splits 4 in 1 en 3, want 9 + 1 = 10.
- Tel eerst 1 erbij: 10.
- Tel daarna de 3 erbij: 10 + 3 = 13.
6 + 7
- Splits 7 in 4 en 3, want 6 + 4 = 10.
- Tel eerst 4 erbij: 10.
- Tel daarna de 3 erbij: 10 + 3 = 13.
8 + 5
- Splits 5 in 2 en 3, want 8 + 2 = 10.
- Tel eerst 2 erbij: 10.
- Tel daarna de 3 erbij: 10 + 3 = 13.
Zelf proberen
6 + 9 =
8 + 8 =
Let op
Je splitst het getal verkeerd: bij 7 + 8 maak je 4 en 4, en kom je niet op tien.
Kijk eerst wat er bij 7 moet om tien te maken: 3. Splits de 8 dan in 3 en de rest.
Je vergeet de tien: bij 7 + 8 zeg je 5.
Je stak de tien over, dus het antwoord is meer dan 10.
Tips
- Begin bij het grootste getal en maak dat 10.
- Het restje is altijd klein, dus de tweede stap is makkelijk.
Waarom het werkt
Tot tien reken je makkelijk, en vanaf tien ook: 10 + 5 is gewoon 15. Het lastige stuk is het oversteken. Door het tweede getal te splitsen, maak je van één moeilijke stap twee makkelijke.