Splitshuisjes en tienergetallen
Je leert een getal splitsen in twee kamers: weet je de ene, dan trek je hem af van het dak.
Zo reken je het uit
- Het getal in de nok verdeel je over de twee kamers eronder.
- Weet je één kamer? Trek die af van de nok om de andere kamer te vinden.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Dak 8, kamer 5. Wat staat er in de andere kamer?
- Kijk naar het dak: 8.
- Kijk naar de kamer die al gevuld is: 5.
- Trek die af van het dak: 8 − 5 = 3.
- In de lege kamer komt 3.
Nog meer voorbeelden
Dak 14, kamer 10. Wat staat er in de andere kamer?
- Kijk naar het dak: 14.
- Trek de kamer van 10 af: 14 − 10 = 4.
- In de lege kamer komt 4.
- Controleer: 10 + 4 = 14.
Dak 15, kamer 8. Wat staat er in de andere kamer?
- Tel aan van 8 tot 10: 8 + 2 = 10.
- Tel verder van 10 tot 15: 10 + 5 = 15.
- Tel de twee sprongen bij elkaar: 2 + 5 = 7.
- In de lege kamer komt 7.
Let op
Je telt de twee getallen bij elkaar op: bij dak 8 en kamer 5 zet je 13.
De kamers zijn samen het dak, dus de kamer kan nooit groter zijn dan het dak. Trek af.
Tips
- Controleer altijd: tel de twee kamers op, dan moet het getal in het dak er weer uitkomen.
Waarom het werkt
In het dak staat het hele getal. De twee kamers zijn de twee delen, en samen zijn ze weer het hele getal. Dat is optellen en aftrekken in één plaatje: je vindt het ontbrekende deel met een min-som.