Verschil: doortellen

Je leert een minsom handig uitrekenen als de twee getallen dicht bij elkaar liggen: dan tel je door.

Zo reken je het uit

  1. Kijk of de twee getallen dicht bij elkaar liggen.
  2. Begin bij het kleinste en tel door tot het ronde getal.
  3. Tel dan verder tot het grootste getal.
  4. Tel de stapjes bij elkaar op.

Een voorbeeld, uitgewerkt

502 − 498

  1. Tel door van 498 naar 500: dat is 2.
  2. Tel door van 500 naar 502: dat is 2.
  3. Tel de stapjes op: 2 + 2 = 4.
Nog meer voorbeelden

1.005 − 998

  1. Tel door van 998 naar 1.000: dat is 2.
  2. Tel door van 1.000 naar 1.005: dat is 5.
  3. Tel de stapjes op: 2 + 5 = 7.

405 − 396

  1. Tel door van 396 naar 400: dat is 4.
  2. Tel door van 400 naar 405: dat is 5.
  3. Tel de stapjes op: 4 + 5 = 9.

Zelf proberen

  1. 102 − 98 =

  2. 604 − 598 =

Let op

  • Je trekt per kolom af en draait de cijfers om: bij 502 − 498 schrijf je 196.

    Kijk eerst hoe ver de getallen uit elkaar liggen. Liggen ze dicht bij elkaar, tel dan door.

Tips

  • Liggen de getallen dicht bij elkaar, dan is doortellen sneller dan aftrekken.
  • Het verschil blijft hetzelfde, van welke kant je ook rekent.

Uitzonderingen

  • Liggen de getallen ver uit elkaar, zoals 900 − 123, dan is doortellen niet handig: trek dan stap voor stap af.

Waarom het werkt

Bij 502 − 498 moet je bij aftrekken over twee kolommen lenen. Maar de getallen liggen maar 4 uit elkaar. Tel je van 498 door naar 502, dan heb je het in twee kleine stapjes. Het verschil tussen twee getallen blijft hetzelfde, van welke kant je ook kijkt.