Rekenen met nullen
Je leert rekenen met getallen met nullen erachter: de nullen laat je even weg, en je zet ze daarna terug.
Zo reken je het uit
- Kijk hoeveel nullen er achter de getallen staan.
- Haal die nullen weg en reken met de kleine getallen.
- Zet evenveel nullen weer achter het antwoord.
- Deel je door een getal met nullen? Haal bij allebei evenveel nullen weg.
Een voorbeeld, uitgewerkt
5.600 + 800
- Kijk naar de nullen: allebei de getallen eindigen op twee nullen.
- Haal die weg: 56 + 8.
- Reken uit: 56 + 8 = 64.
- Zet de 2 nullen er weer achter: 6.400.
Nog meer voorbeelden
40 × 30
- Haal de 2 nullen weg: 4 × 3.
- Doe de tafel: 4 × 3 = 12.
- Zet de 2 nullen er weer achter: 1.200.
2.800 : 4
- Haal de 2 nullen weg: 28 : 4.
- Deel met de tafel: 28 : 4 = 7.
- Zet de 2 nullen er weer achter: 700.
34 × 100
- 100 heeft 2 nullen.
- Zet 2 nullen achter 34: 34 × 100 = 3.400.
Zelf proberen
1500 + 700 =
5600 + 800 =
Let op
Je zet maar één 0 terug terwijl je er twee weghaalde: bij 40 × 30 zeg je 120.
Tel de nullen die je weghaalt, en zet er precies zoveel terug.
Je haalt bij het ene getal meer nullen weg dan bij het andere: bij 5.600 + 800 reken je 56 + 80.
Haal bij allebei precies evenveel nullen weg, anders kloppen de plekken niet meer.
Tips
- Bij delen door 10, 100 of 1.000 gaan er nullen af: 4.500 : 100 = 45.
- Controleer met keer: 7 × 4 = 28, dus 700 × 4 = 2.800.
Uitzonderingen
- Eindigt de tafel zelf op een 0, zoals 5 × 6 = 30, zet dan de nullen daar nog achter: 5 × 600 = 3.000.
- Deel je door een getal met nullen, zoals 120 : 40, haal dan bij allebei evenveel nullen weg: 12 : 4 = 3.
Waarom het werkt
Bij 5.600 + 800 staan er achter allebei de getallen nullen. Laat je er bij allebei twee weg, dan houd je 56 + 8 over, en dat is een som die je kent. Omdat je bij allebei dezelfde nullen weghaalde, zet je ze daarna gewoon terug. Bij keer 10, 100 en 1.000 schuift elk cijfer één, twee of drie plekken op. Delen doet precies het omgekeerde.